Marieke Puts
Manager Zorgondersteuning

“Ik heb Orthopedagogiek gestudeerd en ben mijn loopbaan begonnen als gezinsbehandelaar in de jeugdzorg. Ik vond het belangrijk om eerst zelf met beide voeten in de klei te staan, voordat ik als orthopedagoog iets kon vinden van hoe medewerkers hun werk doen en ik hen daarin kon coachen. Daar heb ik nooit spijt van gehad; het is een waardevolle basis geweest.

Daarna ben ik als coördinator gaan werken bij een project voor risicojongeren. Dat was een intensieve, maar ook mooie tijd. Na een korte periode als orthopedagoog tijdens een ziektevervanging ben ik aan de slag gegaan als vervangend afdelingshoofd binnen de jeugdzorg. Daar ben ik langere tijd gebleven en heb ik verschillende kanten van het werk leren kennen. Daarna werkte ik onder meer als accountmanager en als projectleider van diverse innovatieve projecten. We hebben in die periode samen mooie dingen bereikt.

Zo’n acht jaar geleden kwam de vacature voor Manager Zorgondersteuning bij PSW voorbij. Ik kende PSW al als samenwerkingspartner en dacht toen: dit is een organisatie waar ik graag wil werken. Mensen zijn hier bereid om kennis te delen en over de grenzen van hun eigen organisatie heen te kijken.”

‘Het draait bij PSW altijd om de cliënt’

“Wat je aan de buitenkant van PSW ziet, komt overeen met wat er binnen de organisatie leeft. Voordat ik hier werkte, kende ik bijvoorbeeld De Taak (de missie en visie van PSW) nog niet, maar ik zag wel al dat het bij PSW altijd om de cliënt draait. De Taak leeft écht, het is geen papieren document. We kijken naar de mogelijkheden van cliënten én medewerkers. Dat is niet vanzelfsprekend en het is bijzonder dat we dit samen mogelijk maken.

Ik vind het belangrijk om trots te kunnen zijn op de organisatie waar ik werk. Dat geeft me de energie om me vol in te zetten. Bij PSW ervaar ik een cultuur en sfeer waarin ik in mijn kracht kan staan.
Natuurlijk worden er ook fouten gemaakt, maar we schuiven die niet onder het tapijt. We kijken wat we ervan kunnen leren en wat we beter of anders kunnen doen om herhaling te voorkomen of de gevolgen te beperken. Openheid en eerlijkheid zijn daarin voor mij belangrijk.”

‘Ik krijg veel energie van medewerkers en teams vooruithelpen’

“Ik vind het mooi om medewerkers en teams verder te helpen. Daarin heb ik mezelf ook ontwikkeld. Ik hoef zelf niet per se in de spotlight te staan, maar vind het mooi als anderen zich kunnen ontwikkelen en resultaten behalen. Ik ben trots als ik zie dat iemand een opleiding afrondt en daardoor groeit. Of als collega’s of een team door een moeilijke periode gaan en daar weer uitkomen, mede doordat ze zich gesteund voelen door mij als leidinggevende.
Dat vind ik belangrijk: dat ik iets kan betekenen voor de mensen met wie ik werk en hen kan helpen om verder te komen.”

Mijn teams hebben niet uitsluitend een ondersteunende rol; een deel van hun werkzaamheden vindt ook rechtstreeks plaats in het primaire proces. Gedragswetenschappers ondersteunen de behandeling van cliënten indirect, bijvoorbeeld door teams te coachen, maar voeren daarnaast ook zelf behandelingen uit. Dat geldt eveneens voor de therapeuten.

Mijn functie heeft twee kanten. Enerzijds zorg ik ervoor dat professionals de ruimte en middelen hebben om hun werk goed te doen. Anderzijds moet ik voldoende afstand nemen om ontwikkelingen in de zorg te volgen. Wat speelt er in het land? Waar moeten we op inspelen en waarin moeten we ons verder ontwikkelen? Ook is het belangrijk om kritisch naar incidenten te kijken en te onderzoeken wat we daarvan kunnen leren.
Geen dag is hetzelfde. Soms moet ik mijn agenda helemaal omgooien omdat iets anders prioriteit heeft. Ik krijg vooral energie van het leggen van verbindingen tussen mensen, afdelingen en soms ook organisaties.”

‘Ik vind het belangrijk om benaderbaar te zijn’

“In mijn functie vind ik het belangrijk om benaderbaar te zijn. Ik hoop dat collega’s naar me toe komen als er iets speelt. Ik ben niet feilloos en maak ook fouten. Laat het me daarom vooral weten als iets niet goed gaat of als je ergens tegenaan loopt.
Daarnaast vind ik het belangrijk dat medewerkers zich gesteund voelen in hun werk en kunnen aangeven wat ze nodig hebben om zich verder te ontwikkelen. Daar wil ik ruimte voor bieden.
Benaderbaar zijn betekent voor mij dat je vriendelijk én duidelijk bent. Ik breng ervaring mee en kan vanuit die ervaring meedenken, zonder te denken dat ik het beter weet dan een ander. Juist het verbindende aspect van mijn werk past bij mij. Uiteindelijk staat alles ten dienste van de mensen die bij PSW ondersteuning krijgen.”

‘Ben ik nog wel de juiste persoon op de juiste plek?’

“Zo’n anderhalf jaar geleden heb ik mijn team gevraagd: draag ik nog wel bij aan jullie werk? Ben ik nog wel de juiste persoon op de juiste plek? Dat is geen makkelijke vraag om te stellen, maar ik kan zelf wel vinden dat ik op mijn plek zit; het is belangrijk om ook te horen hoe mijn team dat ervaart. Misschien val ik in herhaling of help ik medewerkers niet meer op de manier die zij nodig hebben om verder te komen.
Ik hoop dat we binnen het team open genoeg zijn om dit soort vragen te stellen. Feedback krijgen kan soms even slikken zijn, maar ik kan er wel iets mee. Ik vind het waardevol om af en toe kritisch naar mezelf én naar elkaar te kijken en me af te vragen: zijn we nog de juiste mensen op de juiste plek?”

‘Het is belangrijk dat het zwaartepunt in de zorg blijft liggen’

“Vanuit Zorgondersteuning staan we ten dienste van het primaire proces. Daarom moeten we de verbinding met de teams goed blijven onderhouden. Soms betekent dat dat we proactief ontwikkelingen signaleren of voorstellen doen, maar we moeten wel blijven aansluiten bij wat de teams nodig hebben.

Het is belangrijk om goed te onderzoeken waar collega’s in de dagelijkse praktijk tegenaan lopen en hoe wij hen daarin kunnen ondersteunen. Zij moeten ons weten te vinden, en wij moeten in staat blijven om op hun behoeften in te spelen.
Tegelijkertijd moeten we kritisch kijken naar hoe we ons werk zo efficiënt mogelijk kunnen organiseren. Zo kunnen we de teams goed ondersteunen en ervoor zorgen dat het zwaartepunt blijft liggen waar het hoort: bij de zorg en ondersteuning aan cliënten. Dat blijft een uitdaging.”